Auteur Archief

Sophie Asberg

Sophie is een juridisch adviseur, een tennistrainer en een schrijfster. Ze heeft als kind bondstraining gehad, en ze speelt nog steeds competitie en toernooien op categorie 3 niveau. Sophie schrijft met veel passie voor Slim Tennis, met doel om tennis kids stralend, succesvol, en gelukkig te zien.

Tennisplayer, ontdek jezelf!

ontdek jezelf

Hey Tennisplayer! Wat weet jij eigenlijk van jezelf als tennisspeler? Hoe goed ken jij jezelf? Dit is geen makkelijke vraag hoor, want je bent nog jong en dan moet je nog veel over jezelf ontdekken. Bovendien ontwikkel jij je op jouw leeftijd nog voortdurend, dus verander je óók steeds. Maar dat wil niet zeggen dat het niet leuk is om er eens over na te denken èn dat het slim is om te doen. Ontdek jezelf, en je wordt beter in het spelen van wedstrijden.

Het zit namelijk zo: als jij je er bewust van wordt hoe jij je voelt en gedraagt op de baan, dan kun je wat veranderen als dat nodig is. Óf het geeft je bijvoorbeeld zelfvertrouwen als je ontdekt dat je bepaalde eigenschappen hebt die juist heel gunstig zijn voor een wedstrijdtennisser.

Ik kan me voorstellen dat je het voorgaande nog wat onduidelijk vindt. Daarom zal ik je een verhaaltje vertellen. Dan valt het kwartje waarschijnlijk zo.

Slow Starter

Toen ik zo oud was als jij, trainde ik heel veel en speelde ik veel wedstrijden. Liever stond ik op de tennisbaan dan dat ik op school zat. Ik wist dat ik nooit proftennisser zou worden, maar wel wilde ik zo ver komen als ik kon. Dat vond ik leuk. En daar deed ik hard mijn best voor.

Zo speelde ik bijvoorbeeld iedere zomer en winter veel toernooien. Vooral in de zomervakantie elke week wel één. En doordat ik zoveel wedstrijden speelde, kreeg ik steeds meer ervaring. En ook gingen mij dingen van mezelf opvallen. Dat was iets wat bijna vanzelf gebeurde.

Bijvoorbeeld dit. Op een goeie dag ontdekte ik dat ik een slow starter ben. Dat is iemand die in de wedstrijd langzaam – slow – op gang komt omdat ie nog moet wennen en pas na een paar games de ballen pas ècht lekker gaat raken. Hoe ik me daarvan bewust werd?

Misschien kwam het wel doordat ik een keer tegenover een meisje stond dat heel nonchalant inspeelde. Ze sloeg geen bal goed over het net. We liepen alleen maar ballen te rapen. Ik ergerde me enorm, maar zei er niks van. In plaats daarvan stelde ik voor om te gaan tossen en met de wedstrijd te beginnen omdat ik vond dat verder inspelen toch geen zin had.

Ondertussen begon ik met een héél geïrriteerd gevoel aan de wedstrijd en bovendien was ik totaal niet opgewarmd. Een goeie start hè? Nou, niet echt! Ik weet niet meer hoe de wedstrijd is afgelopen maar ik had zeker niet lekker gespeeld. ‘Zoiets moet me niet nog een keer gebeuren!’ dacht ik op de fiets terug naar huis. Maar wat te doen?

Blik terug op Jezelf

De oplossing had ik vrij snel gevonden. Het was ook niet heel moeilijk. Voortaan moest ik me beter voorbereiden zodat het niet meer uitmaakte als ik tegenover iemand stond die niet serieus wilde inspelen. Ik moest dus vóór de wedstrijd altijd en niet af en toe, een goeie warming-up doen en het liefst eerder op de dag inslaan.

Zo was ik dus iets te weten gekomen over mezelf als tennisser. En doordat ik dit wist, kon ik mijn gedrag aanpassen: altijd een warming-up doen. En zo had ik bijna nooit meer een slechte start. Dit kun jij ook.

Maar, ik zei het al aan het begin, op jouw leeftijd is het niet makkelijk om jezelf al zo goed te kennen. Daarom heb ik hieronder als hulpje een checklist gemaakt die het eenvoudiger maakt om jezelf te ontdekken.

Ga eens na wat op jou van toepassing is, zet daar een kruisje achter en ontdek jezelf. Vraag je dan vervolgens af: heb ik wat aan dit gedrag of gevoel? Zou ik het willen veranderen? Zo ja, hoe dan? Als je dit moeilijk vindt, schakel dan de hulp van je trainer in.

Ontdek jezelf

Zet een kruisje achter wat op jou van toepassing is…

Deel 1

  • Ik wil per sé winnen.
  • Ik heb een hekel aan verliezen.
  • Ik ben vóór de wedstrijd altijd zó zenuwachtig dat ik de eerste paar games sta te trillen op mijn benen.
  • Ik ben eigenlijk nooit zenuwachtig.
  • Ik word op spannende momenten altijd zenuwachtig en daardoor verlies ik vaak het punt.
  • Als ik in de wedstrijd vóór sta dan heb ik moeite om mijn voorsprong te behouden en de wedstrijd af te maken.
  • Als ik in de wedstrijd vóór sta dan voel ik me zelfverzekerd en dan win ik meestal de partij.
  • Als ik achter sta ga ik pas goed mijn best doen.
  • Als ik achter sta raak ik ontmoedigd en geef ik op.
  • Ik geef nooit op en ben een echte vechter.

Deel 2

  • Ik word niet snel boos.
  • Ik word wel eens boos maar dat helpt me juist om weer beter te gaan spelen.
  • Als ik boos word dan kan ik mezelf niet meer kalmeren en verlies ik vaak mijn partij omdat ik mijn boosheid niet van me kan afzetten.
  • Als ik heb verloren blijf ik na de wedstrijd lang mokken.
  • Als ik heb verloren zit ik niet bij de pakken neer maar heb ik vrij snel zin in een volgende partij.
  • Ik heb een goede warming- up nodig anders kom ik niet lekker in de wedstrijd.
  • Ik doe nooit een warming-up voordat ik aan mijn wedstrijd begin.
  • Ik kijk tegen mijn tegenstander op als hij of zij een hogere ranking of plaatsing heeft, en word dan onzeker.
  • Het maakt me niet uit of mijn tegenstander een hogere ranking of plaatsing heeft.
  • Ik vind het fijn als er veel mensen kijken.
  • Ik wil het liefst op een baan spelen waar niemand me kan zien.
  • Ik wil dat altijd mijn ouders of één van mijn ouders kijken.
  • Mijn ouders mogen niet komen kijken naar mijn wedstrijd.

Deel 3

  • Ik ben snel afgeleid door wat er om me heen gebeurt.
  • Ik kan me meestal goed concentreren.
  • Ik houd meer van vrij spelen en trainen dan van wedstrijden spelen.
  • Ik heb bijna altijd lol in het spelen van een wedstrijd.
  • Ik heb eigenlijk altijd wel veel zelfvertrouwen als ik een wedstrijd speel.
  • Ik voel me best wel snel onzeker over mijn spel en de wedstrijd.
  • Als ik de baan opga, dan zie ik wel hoe ik ga spelen.
  • Als ik de baan opga, dan heb ik meestal wel een spelplan.
  • Ik let op mijn tegenstander en ik zie wanneer hij boos wordt of zenuwachtig is.
  • Ik let totaal niet op mijn tegenstander en ik heb geen idee hoe hij of zij zich voelt.
  • Als het kan, dan pik ik wel eens een punt.
  • Ik ben altijd heel eerlijk op de baan.

Deel 4

Maak tot slot een compleet en overzichtelijk plaatje van jezelf, door hier op te schrijven wat je hebt ontdekt en wat je gaat doen om jezelf te veranderen als je dat nodig vindt. Waaraan ge je werken?

Ik heb ontdekt over mezelf dat: …

Ik zou willen veranderen: …

De bovenstaande lijst is trouwens niet compleet hoor, dus vul hem maar aan als je nog iets bedenkt. Of laat ons weten wat je vindt van dit slim tennis kids artikel. Laat hieronder een reactie achter!

Laatste kans, tennisouders!

tennisouders

Hé Tennisplayer. Dit verhaal gaat over zenuwachtige ouders. Sommige van jullie hebben zulke tennisouders. Ik weet dat dat lastig kan zijn. Die van mij waren namelijk óók wel eens zenuwachtig. Maar waarom zijn ze het dan? En wat doe jij eraan? Je leest het hieronder. – Sophie

Komen jouw ‘tennisouders’ wel eens kijken naar jouw wedstrijd? Ja? Nou, dat is tof. Tenminste, als ze er relaxed onder blijven. Want als ze zich te veel met je wedstrijden bemoeien of boos worden om hoe jij speelt, is het niet leuk als ze langs de kant staan. Ik kan me voorstellen dat jij dan het plezier in het spelen verliest. En dat is jammer.

Laatste kans, druiloor!

Stel je het volgende eens voor. Je speelt op de District Jeugd Kampioenschappen de halve finale tegen iemand van wie jij op papier hoort te winnen. Want jij hebt bijvoorbeeld een hogere plaatsing. De wedstrijd verloopt helemaal niet makkelijk. Je maakt meer foutjes dan anders en je laat veel kansen onbenut. Voor ieder punt moet je knokken. Je tegenstander is juist wel goed in vorm. Alles lukt!

Uiteindelijk komt jouw tegenstander zelfs op een 6-5 voorsprong in de tie-break van de derde set. Een spannende stand dus, en je voelt behóórlijk wat druk… Toch probeer je je goed te concentreren op het volgende punt. Jij bent aan service. Maar op het moment dat je wil gaan serveren hoor je vanuit het muisstille publiek je moeder tegen je zeggen: Dit is je láááátste kans, druiloor!

Wat zou je daarvan vinden? Het zal je maar gebeuren op zo’n spannend moment! Niet bepaald een oppepper, toch? Maar weet je, het is echt gebeurd! Je kunt wel raden hoe het potje afliep…

En, wat vind je van vaders of moeders die tijdens de wedstrijd kwaad weglopen omdat ze vinden dat hun zoon of dochter niet goed speelt? Oók niet erg sympathiek, denk ik!

Tennisouders moeten ook iets leren

Maar wat is nu eigenlijk mijn punt? Ik wil zeker niet negatief schrijven over zenuwachtige tennisouders. Want zij willen alleen maar heel graag voor jou dat je goed speelt en wint. Bovendien zijn ze zich vaak van hun eigen gedrag niet 100% bewust en beseffen zij zich onvoldoende dat zij invloed hebben op jouw plezier en prestatie.

Wat belangrijk is dat áls jij last hebt van ‘gezenuwpeesde’ ouders, jij ze iets moet leren. Want zij doen iets verkeerd. Vertel ze bijvoorbeeld dat jij door hen wordt afgeleid en geef aan waar jij behoefte aan hebt. Dat is in je eigen belang. Wil je dat ze niet meer kijken? Spreek dat dan af. Of sluit de deal dat áls ze kijken, zij jou alleen positief aanmoedigen. Dus géén chagrijnige koppen a.u.b.! Als je het lastig vindt om met je ouders hierover te praten, overleg dan eerst eens met je trainer. Die kan je zeker helpen.

Heb je nog een vraag over tennis ouders? Stel die dan gewoon! Dat kan hieronder.

Referentie

Kosmos uitgevers 2013, Utrecht. Auteur: Sophie Asberg
Dit verhaal is een bewerking van ‘Laatste kans druiloor!’ uit het boek Zeker een Beker, de enige coach die in je tennistas past.

Door een blessure in de blessurepuree?

Hé Tennisplayer. Ik heb al veel tips geschreven en die gingen tot nu toe allemaal over het spelletje op de baan. Maar deze gaat over iets héél anders. Over iets waar álle tennissers vroeg of laat mee te maken krijgen. Jij ook. Best belangrijk dus! Wat ik bedoel? Als je verder leest, dan weet je het snel. En o ja, het is een serieus onderwerp hoor, maar ik hoop je er een steuntje in de rug mee te geven als het zo uitkomt. – Sophie

En dan heb je zomaar vette pech! Soms niet eens zomaar, want je voelde het al een beetje aankomen: een blessure. Nou is een kleine blessure zoals bijvoorbeeld een gekneusde teen niet zo erg. Die is zo over. Maar soms krijg je te maken met iets dat ernstiger en hardnekkig is en daardoor lang duurt voordat het over is. En dat is balen. Je kunt tenslotte een tijdje niet doen wat je het allerliefste doet: lekker tennissen. Bovendien heb je meestal pijn en beweeg je je misschien moeilijk vanwege een verband of gips. Ook geen pretje!

Oké, of beter gezegd: niet oké, want je hebt dus een blessure. En wat dan? Misschien zeg je wel: nou ik ga naar de dokter, laat me behandelen bij een specialist en ik kom mijn tijd wel door. Ik heb gewoon dikke pech maar verder maak ik me niet druk. Dat is dan een gelukje want als je zo luchtig in elkaar steekt kun je je blessure beter verdragen. Maar wat als je iets zorgelijker bent en misschien wel een beetje gevoeliger? Tja, dan doet alles letterlijk meer pijn.

Blessurepuree

Om je te helpen als je in de blessurepuree zit geef ik je straks wat tips. Maar eerst nog wat opbeurende zaken: je hoeft je absoluut geen zorgen te maken dat je niet meer de oude wordt! Je lichaam heeft namelijk de kracht om weer fit te worden vergelijkbaar met een forehand van Nadal en de service van Raonic bij elkaar. Dat is nogal wat! Bovendien heb je nog een lekker jong lijf. Dat helpt ook een handje. Verder word je van tegenslagen in je leven mentaal een kei. Want je moet volhouden en tegelijkertijd positief en rustig blijven. Dat kun je op de baan óók goed gebruiken.

Blessure tips voor kids

En dan nu, zoals beloofd, wat tips. Of je nu een luchtige, een beetje luchtige of helemáál geen luchtige Tennisplayer bent, voor iedereen staat er wel wat tussen. Pik er maar uit wat je aanspreekt.

BAAL!

Als je een blessure oploopt baal je natuurlijk als een stekker! En dat moet er eerst even uit, zodat je daarna met een lichter gevoel aan je herstel kunt werken. Dus: huil? Schreeuw? Verniel? Schrijf het van je af? Maak een tekening? Bedenk maar eens wat jou oplucht…

VERLICHT DE PIJN

Soms stik je van de pijn, bijvoorbeeld als je de blessure net hebt opgelopen. En dat is akelig. Het nare is bovendien dat al je aandacht naar de pijn wordt toegetrokken. Dat gebeurt automatisch. Daardoor wordt de pijn alleen maar erger! Wat kun je nu doen om de pijn een beetje te verlichten? Een pijnstillertje nemen denk je vast. Nee, dat bedoel ik niet. Ik bedoel: wat kun je zelf doen? Het volgende spelletje: ga eens op zoek naar de plekken in je lichaam die lekker of oké voelen en breng je aandacht dáár naartoe. Probeer je aandacht even bij zo’n fijn plekje te houden en wandel dan weer met je aandacht naar een ander pijnvrij deel van je lijf. Wat merk je?

BESTEED JE TIJD OP EEN ANDERE LEUKE MANIER

Nu je een tijdje niet kunt tennissen, heb je tijd over voor andere leuke dingen. Bedenk eens waar je nog meer plezier in hebt en probeer dat te doen. Daar knap je van op!

VERZORG JEZELF GOED

Het is altijd belangrijk dat je goed voor je lichaam zorgt. Maar nu je een blessure hebt, kan het wel wat extra hulp gebruiken. Je bent als het ware een paardje op stal dat even wat extra verzorging nodig heeft. Maar, hoe ga je dat paardje verzorgen? En hoe poets jij het paardje op als het weer van stal komt? Denk er maar eens over na!

BLIJF TRAINEN

Soms lijkt het alsof je door je blessure even helemaal niets meer kunt. Maar dat klopt natuurlijk niet. Je kunt altijd wel iets trainen. Bedenk eens wat je kunt doen om zo fit mogelijk te blijven zodat je weer makkelijker je eerste balletjes slaat.

MAAK EEN PLAATJE IN JE HOOFD

Tot slot een ander leuk spelletje wat je uit de blessurepuree helpt: sluit je ogen en stel jezelf eens voor hoe het eruit ziet als je weer helemaal de oude bent. Waar ben je? Wat heb je aan? Hoe beweeg je? Maak er maar een uitgebreid plaatje van! Doe dit bijvoorbeeld elke dag één keer. Je kunt het natuurlijk ook opschrijven of er een tekening van maken.

Heb je nog een vraag over tennisblessures? Stel die dan gewoon! Dat kan hieronder.