Laatste kans, tennisouders!

tennisouders

Hé Tennisplayer. Dit verhaal gaat over zenuwachtige ouders. Sommige van jullie hebben zulke tennisouders. Ik weet dat dat lastig kan zijn. Die van mij waren namelijk óók wel eens zenuwachtig. Maar waarom zijn ze het dan? En wat doe jij eraan? Je leest het hieronder. – Sophie

Komen jouw ‘tennisouders’ wel eens kijken naar jouw wedstrijd? Ja? Nou, dat is tof. Tenminste, als ze er relaxed onder blijven. Want als ze zich te veel met je wedstrijden bemoeien of boos worden om hoe jij speelt, is het niet leuk als ze langs de kant staan. Ik kan me voorstellen dat jij dan het plezier in het spelen verliest. En dat is jammer.

Laatste kans, druiloor!

Stel je het volgende eens voor. Je speelt op de District Jeugd Kampioenschappen de halve finale tegen iemand van wie jij op papier hoort te winnen. Want jij hebt bijvoorbeeld een hogere plaatsing. De wedstrijd verloopt helemaal niet makkelijk. Je maakt meer foutjes dan anders en je laat veel kansen onbenut. Voor ieder punt moet je knokken. Je tegenstander is juist wel goed in vorm. Alles lukt!

Uiteindelijk komt jouw tegenstander zelfs op een 6-5 voorsprong in de tie-break van de derde set. Een spannende stand dus, en je voelt behóórlijk wat druk… Toch probeer je je goed te concentreren op het volgende punt. Jij bent aan service. Maar op het moment dat je wil gaan serveren hoor je vanuit het muisstille publiek je moeder tegen je zeggen: Dit is je láááátste kans, druiloor!

Wat zou je daarvan vinden? Het zal je maar gebeuren op zo’n spannend moment! Niet bepaald een oppepper, toch? Maar weet je, het is echt gebeurd! Je kunt wel raden hoe het potje afliep…

En, wat vind je van vaders of moeders die tijdens de wedstrijd kwaad weglopen omdat ze vinden dat hun zoon of dochter niet goed speelt? Oók niet erg sympathiek, denk ik!

Tennisouders moeten ook iets leren

Maar wat is nu eigenlijk mijn punt? Ik wil zeker niet negatief schrijven over zenuwachtige tennisouders. Want zij willen alleen maar heel graag voor jou dat je goed speelt en wint. Bovendien zijn ze zich vaak van hun eigen gedrag niet 100% bewust en beseffen zij zich onvoldoende dat zij invloed hebben op jouw plezier en prestatie.

Wat belangrijk is dat áls jij last hebt van ‘gezenuwpeesde’ ouders, jij ze iets moet leren. Want zij doen iets verkeerd. Vertel ze bijvoorbeeld dat jij door hen wordt afgeleid en geef aan waar jij behoefte aan hebt. Dat is in je eigen belang. Wil je dat ze niet meer kijken? Spreek dat dan af. Of sluit de deal dat áls ze kijken, zij jou alleen positief aanmoedigen. Dus géén chagrijnige koppen a.u.b.! Als je het lastig vindt om met je ouders hierover te praten, overleg dan eerst eens met je trainer. Die kan je zeker helpen.

Heb je nog een vraag over tennis ouders? Stel die dan gewoon! Dat kan hieronder.

Referentie

Kosmos uitgevers 2013, Utrecht. Auteur: Sophie Asberg
Dit verhaal is een bewerking van ‘Laatste kans druiloor!’ uit het boek Zeker een Beker, de enige coach die in je tennistas past.

Door een blessure in de blessurepuree?

Hé Tennisplayer. Ik heb al veel tips geschreven en die gingen tot nu toe allemaal over het spelletje op de baan. Maar deze gaat over iets héél anders. Over iets waar álle tennissers vroeg of laat mee te maken krijgen. Jij ook. Best belangrijk dus! Wat ik bedoel? Als je verder leest, dan weet je het snel. En o ja, het is een serieus onderwerp hoor, maar ik hoop je er een steuntje in de rug mee te geven als het zo uitkomt. – Sophie

En dan heb je zomaar vette pech! Soms niet eens zomaar, want je voelde het al een beetje aankomen: een blessure. Nou is een kleine blessure zoals bijvoorbeeld een gekneusde teen niet zo erg. Die is zo over. Maar soms krijg je te maken met iets dat ernstiger en hardnekkig is en daardoor lang duurt voordat het over is. En dat is balen. Je kunt tenslotte een tijdje niet doen wat je het allerliefste doet: lekker tennissen. Bovendien heb je meestal pijn en beweeg je je misschien moeilijk vanwege een verband of gips. Ook geen pretje!

Oké, of beter gezegd: niet oké, want je hebt dus een blessure. En wat dan? Misschien zeg je wel: nou ik ga naar de dokter, laat me behandelen bij een specialist en ik kom mijn tijd wel door. Ik heb gewoon dikke pech maar verder maak ik me niet druk. Dat is dan een gelukje want als je zo luchtig in elkaar steekt kun je je blessure beter verdragen. Maar wat als je iets zorgelijker bent en misschien wel een beetje gevoeliger? Tja, dan doet alles letterlijk meer pijn.

Blessurepuree

Om je te helpen als je in de blessurepuree zit geef ik je straks wat tips. Maar eerst nog wat opbeurende zaken: je hoeft je absoluut geen zorgen te maken dat je niet meer de oude wordt! Je lichaam heeft namelijk de kracht om weer fit te worden vergelijkbaar met een forehand van Nadal en de service van Raonic bij elkaar. Dat is nogal wat! Bovendien heb je nog een lekker jong lijf. Dat helpt ook een handje. Verder word je van tegenslagen in je leven mentaal een kei. Want je moet volhouden en tegelijkertijd positief en rustig blijven. Dat kun je op de baan óók goed gebruiken.

Blessure tips voor kids

En dan nu, zoals beloofd, wat tips. Of je nu een luchtige, een beetje luchtige of helemáál geen luchtige Tennisplayer bent, voor iedereen staat er wel wat tussen. Pik er maar uit wat je aanspreekt.

BAAL!

Als je een blessure oploopt baal je natuurlijk als een stekker! En dat moet er eerst even uit, zodat je daarna met een lichter gevoel aan je herstel kunt werken. Dus: huil? Schreeuw? Verniel? Schrijf het van je af? Maak een tekening? Bedenk maar eens wat jou oplucht…

VERLICHT DE PIJN

Soms stik je van de pijn, bijvoorbeeld als je de blessure net hebt opgelopen. En dat is akelig. Het nare is bovendien dat al je aandacht naar de pijn wordt toegetrokken. Dat gebeurt automatisch. Daardoor wordt de pijn alleen maar erger! Wat kun je nu doen om de pijn een beetje te verlichten? Een pijnstillertje nemen denk je vast. Nee, dat bedoel ik niet. Ik bedoel: wat kun je zelf doen? Het volgende spelletje: ga eens op zoek naar de plekken in je lichaam die lekker of oké voelen en breng je aandacht dáár naartoe. Probeer je aandacht even bij zo’n fijn plekje te houden en wandel dan weer met je aandacht naar een ander pijnvrij deel van je lijf. Wat merk je?

BESTEED JE TIJD OP EEN ANDERE LEUKE MANIER

Nu je een tijdje niet kunt tennissen, heb je tijd over voor andere leuke dingen. Bedenk eens waar je nog meer plezier in hebt en probeer dat te doen. Daar knap je van op!

VERZORG JEZELF GOED

Het is altijd belangrijk dat je goed voor je lichaam zorgt. Maar nu je een blessure hebt, kan het wel wat extra hulp gebruiken. Je bent als het ware een paardje op stal dat even wat extra verzorging nodig heeft. Maar, hoe ga je dat paardje verzorgen? En hoe poets jij het paardje op als het weer van stal komt? Denk er maar eens over na!

BLIJF TRAINEN

Soms lijkt het alsof je door je blessure even helemaal niets meer kunt. Maar dat klopt natuurlijk niet. Je kunt altijd wel iets trainen. Bedenk eens wat je kunt doen om zo fit mogelijk te blijven zodat je weer makkelijker je eerste balletjes slaat.

MAAK EEN PLAATJE IN JE HOOFD

Tot slot een ander leuk spelletje wat je uit de blessurepuree helpt: sluit je ogen en stel jezelf eens voor hoe het eruit ziet als je weer helemaal de oude bent. Waar ben je? Wat heb je aan? Hoe beweeg je? Maak er maar een uitgebreid plaatje van! Doe dit bijvoorbeeld elke dag één keer. Je kunt het natuurlijk ook opschrijven of er een tekening van maken.

Heb je nog een vraag over tennisblessures? Stel die dan gewoon! Dat kan hieronder.

Verdwaald op de tennisbaan

Hé Wedstrijd-Ster, ben jij in een wedstrijd wel eens de weg kwijt? Het is een beetje flauw dat ik het vraag hoor, want ik weet al dat het antwoord ‘ja’ is. Iedere wedstrijdtennisser gebeurt het namelijk. Het hóórt zelfs bij het spelletje. En het is nog leuk ook. Nou ja, vooral als het je lukt om de weg terug te vinden. Maar dan moet je wel in de gaten hebben dát je bent verdwaald. En dat is niet altijd simpel. Klinkt je dit nogal vaag in de oren? Lees dan eerst het verhaal over Knal. Praten we daarna verder! Knal is trouwens niet zijn echte naam hoor. Hij wordt door zijn tennisvrienden zo genoemd omdat hij heel erg kan knallen als hij lekker in zijn vel zit.

Knal stond in de kwartfinale van een sterk toernooi in te spelen tegen Faab, een jongen van precies zijn leeftijd. Nadat ze hadden getossed en Knal had gekozen voor de service, begonnen ze aan de wedstrijd. Faab, een slimme speler, had al snel in de gaten dat hij niet met de harde ballen van Knal mee moest slaan. Want als hij dat zou doen kon hij het wel eens moeilijk krijgen. Dus zonder al te veel capriolen spinde hij de ballen diep en ruim over het net terug. En wat gebeurde er?

Die rotwedstrijd!

Knal, die niet zoveel geduld had, versloeg zich keer op keer. Hij kwam helemaal niet lekker in zijn spel. Binnen een wip stond hij dan ook met 4-0 achter. Knal baalde. Als ik zo doorga ben ik over een kwartiertje alweer klaar, mopperde hij. De games die volgden gingen niet veel beter. Elke kansje dat Knal kreeg, verprutste hij en tot zijn ergernis werd het 6-0. Er lukt ook ècht helemaal niks, hoe kàn dit?, mopperde hij weer, terwijl hij naar de kant liep.

Inmiddels waren er wat tennismaatjes komen kijken maar die kletsten meer met elkaar dan dat ze naar de wedstrijd van Knal keken. Hij voelde zich in de steek gelaten maar zei er niks van. Hij werd wel nóg bozer. Faab stond ondertussen super ontspannen op de baan. Logisch, want Knal had nog niet veel tegenstand geboden. Ze begonnen aan de tweede set. En hoewel Knal zich had voorgenomen beter te gaan spelen, verliep deze niet veel anders. Nog steeds was hij ongeduldig en maakte hij véél te veel fouten. Bij een 4-1 achterstand stond het huilen hem nader dan het lachen. Hij draaide zich om naar het hek en terwijl hij zijn tranen wegslikte dacht hij: ik stop met deze rotwedstrijd, dit is echt tè erg!

Knal worstelde en mopperde nog even door, maar dat hielp natuurlijk allemaal niks. Al gauw was het potje afgelopen. Sjagerijnig slofte Knal naar het net en feliciteerde Faab met een slappe hand. Bah, wat had hij slecht gespeeld. Hij had niet het gevoel te hebben getennist!

Heb jij jezelf in de gaten?

En nu praten wij weer verder. Wat denk je, was Faab ècht de sterkste speler of was Knal misschien de weg kwijt? Ik denk sowieso het laatste. Hij was ver weg van waar hij moest zijn: met zijn beide voeten op de tennisbaan om puntje voor puntje zijn wedstrijd te spelen.

Maar wáár was hij dan wèl? In zijn hoofd, bezig met allerlei zaken die hem niet hielpen om goed te tennissen. Hij dacht vooral aan zijn slechte spel, verliezen, zijn ongeïnteresseerde vrienden en zelfs aan stoppen! En daarbij voelde hij zich ook nog eens hartstikke boos en gefrustreerd. Héél begrijpelijk natuurlijk, maar hij was wèl flink verdwaald! En wat belangrijk is: Knal had dit niet echt in de gaten.

Je weg terug vinden…

Wat had Knal nu kunnen doen om zijn boosheid en negatieve gedachten van zich af te schudden? Om uiteindelijk weer de weg terug te vinden naar het spelen van een goede partij? Ik heb wel een idee, maar dat verklap ik je nog niet. Ik vraag het je anders: stel je voor, jij bent Knal, wat zou jij dan hebben gedaan om de draad van de wedstrijd weer op te pikken?

Een interessante vraag om eens over na te denken. Ten minste, als je een echte wedstrijdtennisser wilt worden. Want als je zelf ontdekt wat jou op de baan helpt als je in de knoop zit, dan ga jij je wedstrijden steeds beter spelen en vaker winnen.

Mentale opdracht

Ik heb een plan: deze zomer word jij bij het spelen van jouw wedstrijden jouw eigen trainer en coach. Jij gaat onderzoeken en ontdekken hoe jij je weer op je wedstrijd kunt concentreren als jij net zoals Knal flink bent verdwaald. Niet super makkelijk, maar wel heel leuk om te doen.

En als jij je bevindingen dan mailt naar ons via het contactformulier of hieronder als reactie plaatst, dan kijken we er later samen naar. En wie weet heb ik ook nog een handige tip.

Veel succes en plezier met je opdracht. Tot na de zomer!
Sophie

Slim Tennis - Verdwaald op de tennisbaan