Door een blessure in de blessurepuree?

Hé Tennisplayer. Ik heb al veel tips geschreven en die gingen tot nu toe allemaal over het spelletje op de baan. Maar deze gaat over iets héél anders. Over iets waar álle tennissers vroeg of laat mee te maken krijgen. Jij ook. Best belangrijk dus! Wat ik bedoel? Als je verder leest, dan weet je het snel. En o ja, het is een serieus onderwerp hoor, maar ik hoop je er een steuntje in de rug mee te geven als het zo uitkomt. – Sophie

En dan heb je zomaar vette pech! Soms niet eens zomaar, want je voelde het al een beetje aankomen: een blessure. Nou is een kleine blessure zoals bijvoorbeeld een gekneusde teen niet zo erg. Die is zo over. Maar soms krijg je te maken met iets dat ernstiger en hardnekkig is en daardoor lang duurt voordat het over is. En dat is balen. Je kunt tenslotte een tijdje niet doen wat je het allerliefste doet: lekker tennissen. Bovendien heb je meestal pijn en beweeg je je misschien moeilijk vanwege een verband of gips. Ook geen pretje!

Oké, of beter gezegd: niet oké, want je hebt dus een blessure. En wat dan? Misschien zeg je wel: nou ik ga naar de dokter, laat me behandelen bij een specialist en ik kom mijn tijd wel door. Ik heb gewoon dikke pech maar verder maak ik me niet druk. Dat is dan een gelukje want als je zo luchtig in elkaar steekt kun je je blessure beter verdragen. Maar wat als je iets zorgelijker bent en misschien wel een beetje gevoeliger? Tja, dan doet alles letterlijk meer pijn.

Blessurepuree

Om je te helpen als je in de blessurepuree zit geef ik je straks wat tips. Maar eerst nog wat opbeurende zaken: je hoeft je absoluut geen zorgen te maken dat je niet meer de oude wordt! Je lichaam heeft namelijk de kracht om weer fit te worden vergelijkbaar met een forehand van Nadal en de service van Raonic bij elkaar. Dat is nogal wat! Bovendien heb je nog een lekker jong lijf. Dat helpt ook een handje. Verder word je van tegenslagen in je leven mentaal een kei. Want je moet volhouden en tegelijkertijd positief en rustig blijven. Dat kun je op de baan óók goed gebruiken.

Blessure tips voor kids

En dan nu, zoals beloofd, wat tips. Of je nu een luchtige, een beetje luchtige of helemáál geen luchtige Tennisplayer bent, voor iedereen staat er wel wat tussen. Pik er maar uit wat je aanspreekt.

BAAL!

Als je een blessure oploopt baal je natuurlijk als een stekker! En dat moet er eerst even uit, zodat je daarna met een lichter gevoel aan je herstel kunt werken. Dus: huil? Schreeuw? Verniel? Schrijf het van je af? Maak een tekening? Bedenk maar eens wat jou oplucht…

VERLICHT DE PIJN

Soms stik je van de pijn, bijvoorbeeld als je de blessure net hebt opgelopen. En dat is akelig. Het nare is bovendien dat al je aandacht naar de pijn wordt toegetrokken. Dat gebeurt automatisch. Daardoor wordt de pijn alleen maar erger! Wat kun je nu doen om de pijn een beetje te verlichten? Een pijnstillertje nemen denk je vast. Nee, dat bedoel ik niet. Ik bedoel: wat kun je zelf doen? Het volgende spelletje: ga eens op zoek naar de plekken in je lichaam die lekker of oké voelen en breng je aandacht dáár naartoe. Probeer je aandacht even bij zo’n fijn plekje te houden en wandel dan weer met je aandacht naar een ander pijnvrij deel van je lijf. Wat merk je?

BESTEED JE TIJD OP EEN ANDERE LEUKE MANIER

Nu je een tijdje niet kunt tennissen, heb je tijd over voor andere leuke dingen. Bedenk eens waar je nog meer plezier in hebt en probeer dat te doen. Daar knap je van op!

VERZORG JEZELF GOED

Het is altijd belangrijk dat je goed voor je lichaam zorgt. Maar nu je een blessure hebt, kan het wel wat extra hulp gebruiken. Je bent als het ware een paardje op stal dat even wat extra verzorging nodig heeft. Maar, hoe ga je dat paardje verzorgen? En hoe poets jij het paardje op als het weer van stal komt? Denk er maar eens over na!

BLIJF TRAINEN

Soms lijkt het alsof je door je blessure even helemaal niets meer kunt. Maar dat klopt natuurlijk niet. Je kunt altijd wel iets trainen. Bedenk eens wat je kunt doen om zo fit mogelijk te blijven zodat je weer makkelijker je eerste balletjes slaat.

MAAK EEN PLAATJE IN JE HOOFD

Tot slot een ander leuk spelletje wat je uit de blessurepuree helpt: sluit je ogen en stel jezelf eens voor hoe het eruit ziet als je weer helemaal de oude bent. Waar ben je? Wat heb je aan? Hoe beweeg je? Maak er maar een uitgebreid plaatje van! Doe dit bijvoorbeeld elke dag één keer. Je kunt het natuurlijk ook opschrijven of er een tekening van maken.

Heb je nog een vraag over tennisblessures? Stel die dan gewoon! Dat kan hieronder.

Verdwaald op de tennisbaan

Hé Wedstrijd-Ster, ben jij in een wedstrijd wel eens de weg kwijt? Het is een beetje flauw dat ik het vraag hoor, want ik weet al dat het antwoord ‘ja’ is. Iedere wedstrijdtennisser gebeurt het namelijk. Het hóórt zelfs bij het spelletje. En het is nog leuk ook. Nou ja, vooral als het je lukt om de weg terug te vinden. Maar dan moet je wel in de gaten hebben dát je bent verdwaald. En dat is niet altijd simpel. Klinkt je dit nogal vaag in de oren? Lees dan eerst het verhaal over Knal. Praten we daarna verder! Knal is trouwens niet zijn echte naam hoor. Hij wordt door zijn tennisvrienden zo genoemd omdat hij heel erg kan knallen als hij lekker in zijn vel zit.

Knal stond in de kwartfinale van een sterk toernooi in te spelen tegen Faab, een jongen van precies zijn leeftijd. Nadat ze hadden getossed en Knal had gekozen voor de service, begonnen ze aan de wedstrijd. Faab, een slimme speler, had al snel in de gaten dat hij niet met de harde ballen van Knal mee moest slaan. Want als hij dat zou doen kon hij het wel eens moeilijk krijgen. Dus zonder al te veel capriolen spinde hij de ballen diep en ruim over het net terug. En wat gebeurde er?

Die rotwedstrijd!

Knal, die niet zoveel geduld had, versloeg zich keer op keer. Hij kwam helemaal niet lekker in zijn spel. Binnen een wip stond hij dan ook met 4-0 achter. Knal baalde. Als ik zo doorga ben ik over een kwartiertje alweer klaar, mopperde hij. De games die volgden gingen niet veel beter. Elke kansje dat Knal kreeg, verprutste hij en tot zijn ergernis werd het 6-0. Er lukt ook ècht helemaal niks, hoe kàn dit?, mopperde hij weer, terwijl hij naar de kant liep.

Inmiddels waren er wat tennismaatjes komen kijken maar die kletsten meer met elkaar dan dat ze naar de wedstrijd van Knal keken. Hij voelde zich in de steek gelaten maar zei er niks van. Hij werd wel nóg bozer. Faab stond ondertussen super ontspannen op de baan. Logisch, want Knal had nog niet veel tegenstand geboden. Ze begonnen aan de tweede set. En hoewel Knal zich had voorgenomen beter te gaan spelen, verliep deze niet veel anders. Nog steeds was hij ongeduldig en maakte hij véél te veel fouten. Bij een 4-1 achterstand stond het huilen hem nader dan het lachen. Hij draaide zich om naar het hek en terwijl hij zijn tranen wegslikte dacht hij: ik stop met deze rotwedstrijd, dit is echt tè erg!

Knal worstelde en mopperde nog even door, maar dat hielp natuurlijk allemaal niks. Al gauw was het potje afgelopen. Sjagerijnig slofte Knal naar het net en feliciteerde Faab met een slappe hand. Bah, wat had hij slecht gespeeld. Hij had niet het gevoel te hebben getennist!

Heb jij jezelf in de gaten?

En nu praten wij weer verder. Wat denk je, was Faab ècht de sterkste speler of was Knal misschien de weg kwijt? Ik denk sowieso het laatste. Hij was ver weg van waar hij moest zijn: met zijn beide voeten op de tennisbaan om puntje voor puntje zijn wedstrijd te spelen.

Maar wáár was hij dan wèl? In zijn hoofd, bezig met allerlei zaken die hem niet hielpen om goed te tennissen. Hij dacht vooral aan zijn slechte spel, verliezen, zijn ongeïnteresseerde vrienden en zelfs aan stoppen! En daarbij voelde hij zich ook nog eens hartstikke boos en gefrustreerd. Héél begrijpelijk natuurlijk, maar hij was wèl flink verdwaald! En wat belangrijk is: Knal had dit niet echt in de gaten.

Je weg terug vinden…

Wat had Knal nu kunnen doen om zijn boosheid en negatieve gedachten van zich af te schudden? Om uiteindelijk weer de weg terug te vinden naar het spelen van een goede partij? Ik heb wel een idee, maar dat verklap ik je nog niet. Ik vraag het je anders: stel je voor, jij bent Knal, wat zou jij dan hebben gedaan om de draad van de wedstrijd weer op te pikken?

Een interessante vraag om eens over na te denken. Ten minste, als je een echte wedstrijdtennisser wilt worden. Want als je zelf ontdekt wat jou op de baan helpt als je in de knoop zit, dan ga jij je wedstrijden steeds beter spelen en vaker winnen.

Mentale opdracht

Ik heb een plan: deze zomer word jij bij het spelen van jouw wedstrijden jouw eigen trainer en coach. Jij gaat onderzoeken en ontdekken hoe jij je weer op je wedstrijd kunt concentreren als jij net zoals Knal flink bent verdwaald. Niet super makkelijk, maar wel heel leuk om te doen.

En als jij je bevindingen dan mailt naar ons via het contactformulier of hieronder als reactie plaatst, dan kijken we er later samen naar. En wie weet heb ik ook nog een handige tip.

Veel succes en plezier met je opdracht. Tot na de zomer!
Sophie

Slim Tennis - Verdwaald op de tennisbaan

Tennis kids: speel met zelfvertrouwen

Hé Wedstrijd-ster. Voor een wedstrijdtennisser zoals jij is het belangrijk dat het goed zit tussen je oren (zie ook: Zeker een Beker, hoofdstuk 7, p. 72). Maar je weet, dat is niet altijd het geval. Soms word je nu eenmaal boos, of bang om te verliezen. Maar niet getreurd. Gelukkig zijn ‘mentale kwaaltjes’ te verhelpen. Dit verhaal gaat over zelfvertrouwen. En wat je eraan kunt doen als het je in de steek laat. Lees het maar eens door. Wie weet staat er iets nuttigs in voor jou. Veel plezier! – Sophie

Winnen of niet verliezen?

Als je een wedstrijd speelt, sta je dan op de baan om te winnen of om niet te verliezen? Dit is een doordenkertje hoor! Maar wel leuk om voor jezelf eens uit te pluizen… Want als je je bewust wordt van je gevoel op de baan, kun je iets veranderen als dat nodig is. Zodat je uiteindelijk een betere speler wordt. Nooit weg, voor een wedstrijdtennisser zoals jij.

Ik zal je uitleggen wat het verschil is, als er bij jou nog geen belletje heeft gerinkeld. Als je speelt ‘om te winnen’, dan sta je geconcentreerd, zelfverzekerd en met een lekker gevoel op de baan. Je bent beslist niet bang! Speel je ‘om niet te verliezen’ dan sta je te tennissen met je staart tussen je benen. Als een angstig hondje en steeds een beetje wiebelig. Overigens, in beide gevallen kun je winnen òf verliezen, dat snap je wel. Maar bang spelen voelt gewoon niet fijn. En ik weet zeker: je haalt niet het beste uit jezelf en je spel.

Speel met zelfvertrouwen

Wat kun je nu doen als jij vaak speelt ‘om niet te verliezen’? Dan is het tijd om je zelfvertrouwen op te krikken! Want dat is het meestal: stiekem geloof je niet dat je de wedstrijd kunt winnen. Maar, hoe doe je dat dan? Ik geef je straks wat tips. Eerst een verhaaltje over Baas. Misschien herken jij je wel in hem.

Ik vroeg eens aan Baas: Baas, wanneer heb jij nu ècht vertrouwen? En wat doe je om je op de baan onverslaanbaar te voelen? Baas moest daar even diep over nadenken maar toen zei hij: ik merk dat ik vertrouwen heb als ik goed mijn lichaam voel: mijn voeten, benen, buik, adem, … alles! En vóór een wedstrijd beeld ik me vaak in dat ik Federer ben. Ik zie en voel mezelf dan net zulke fluwelen ballen slaan als hij. Dat helpt me echt om beter te spelen. Ook doe ik altijd hetzelfde vóórdat een partij begint: ik eet áltijd pasta met tomaat, ik trek áltijd mijn witte broekje en witte shirt aan, en ik luister vóór de wedstrijd áltijd naar hetzelfde muziekje. Dat geeft me een zeker gevoel. En als ik niet lekker in mijn vel zit ga ik het liefst een potje voetballen, zodat ik ontspan en niet meer aan wedstrijden denk.

Zo is het dus voor Baas: hij presteert op zijn best als hij goed zijn lichaam voelt en niet nadenkt. Ook visualiseert hij graag en bereidt hij zich voor met vaste rituelen.

En nu kom ik weer bij jou. Hoe kweek jij nu zelfvertrouwen? Als jij je niet herkent in Baas en je het verder voor jezelf wilt ontdekken, lees dan de drie tips hierna. Die helpen je zeker op weg (er zijn er meer hoor, maar deze lijken me voorlopig voldoende voor jou!).

Tip 1: onthoud – winnen is wel fijn maar niet het állerbelangrijkste

Je vindt het misschien bizar, maar winnen is niet zo belangrijk als je denkt. Het is veel belangrijker dat je ieder punt met volle aandacht speelt en het beste uit jezelf en de wedstrijd haalt (lees ook: Het geheim van altijd winnen). Bovendien, stel dat je een periode weinig potjes wint doordat je bijvoorbeeld met je trainer aan je techniek sleutelt? Hecht daarom niet te veel waarde aan gewonnen wedstrijden maar put vooral vertrouwen uit hoe je een wedstrijd hebt gespeeld.

Tip 2: kweek zelfvertrouwen door te oefenen

Weet je waar je zelfvertrouwen van groeit? Als je tijdens het spelen iets probeert en je vervolgens merkt: hee… ik kan het, het lukt me! Misschien komt dit gevoel je wel bekend voor. Weet je wat dus slim is? Om eens te bedenken wat je op de baan graag (beter) wilt kunnen en dit te oefenen totdat je het in de vingers hebt. Iedere keer als je iets onder de knie krijgt, groeit je zelfvertrouwen een beetje. Denk overigens niet dat je dit in een wip doet, hoor. Nee, zelfvertrouwen kweken kost tijd en geduld.

Je kunt van alles oefenen, maar maak het jezelf niet te moeilijk. Stel jezelf kleine haalbare doelen die leuk zijn om aan te werken. Ga bijvoorbeeld met je tweede service aan de slag. Of stel jezelf een doel met betrekking tot je gedrag. Oefenen kun je in de training maar ook tijdens een echte wedstrijd. Vind je het moeilijk om een oefendoel te bedenken? Vraag dan advies aan je trainer.

Tip 3: denk niet na maar voel!

Het klinkt gek, maar je speelt het fijnste en het beste als je niet nadenkt. Maar hoe doe je dat dan, niet nadenken? Het is simpel: door te voelen! Want als je voelt, kun je niet denken. Als je dus een denker bent, je gaat bijvoorbeeld piekeren over één van je slagen als je achter staat, probeer dan eens het gravel door je schoenen heen te voelen. Of als je op je stoel zit tijdens de kantwissel, de stoel onder je billen. Voel ook eens waar je adem zit, en ga daar met je aandacht heen. Je zult merken dat het zo weer rustig wordt in je hoofd.

Zo, dat waren de drie tips. En dan tot slot nog dit. Het kan óók voorkomen dat je staat te shaken doordat je voelt dat je ouders nóg liever dan jij, willen dat je wint. Misschien worden ze zelfs wel eens boos als je verliest. Dat is niet fijn en zo vergaat je alle plezier. Als zij zich dus zo gedragen, praat er dan over met hen. Of schakel de hulp van je trainer in (zie ook: Zeker een Beker, hoofdstuk 13). Doen hoor, want wie niet waagt wie niet wint!

Heb je nog een vraag over zelfvertrouwen op de baan? Stel die dan gewoon! Dat kan hieronder.