Tennistip nr. 36 – Tactiek begint bij intensiteitscontrole

Tactiek en Intensiteit - Slim Tennis

Een aantal jaren geleden was ik in Slovenië om een ITF 35+ toernooi te spelen. Daar kwam ik een trainer tegen die met een getalenteerd meisje van 14 werkte. Hij vertelde me dat ze moeite had om balans te vinden in de intensiteit waarmee ze de bal sloeg, en dat haar tactiek er onder leed.

De dag erop heb ik een setje gespeeld met dit talentje, op dat moment nummer 1 van Slovenië t/m 14 jaar. Ze kon tennissen, daar was geen twijfel over. Haar tactiek was echter compleet eenzijdig. Het was alles of niks. Alles minder dan de bal voluit rammen leek voor haar onacceptabel.

Ze had te veel power voor de meeste van haar tegenstandsters, en won meestal. Maar ze worstelde met de paar speelsters die haar vaart aan konden. Immers, ze had maar een enkele tactiek. Wat haar geval nog moeilijker maakte was dat ze vrij snel gefrustreerd raakte wanneer niet alles perfect ging. En gezien haar riskante spel maakte ze regelmatig fouten en liet veel emotie zien op de baan als reactie daarop.

Balans in intensiteit

Veel jonge spelers hebben moeite om de juiste balans te vinden in hun intensiteit op de tennisbaan. Als jij ook moeite hebt om vaart af te wisselen met slim en schakend spelen, dan is het de moeite waar om stil te staan bij je intensiteit op de baan.

Spelers die hun intensiteit kunnen controleren slaan niet elke bal roekeloos hard. Ze spelen agressief, plaatsen de bal diep en houden hun tegenstander achter de baseline. Maar wanneer het niet lekker gaat bijvoorbeeld, zijn ze ook in staat om die intensiteit te verhogen of te verlagen.

Spelers die meer dan een enkele tennis tactiek beheersen, hebben controle over de intensiteit waarmee ze spelen. Deze spelers weten precies wat ze doen. Er is een bedoeling achter elke slag en die bedoelingen zijn ook binnen het kunnen van die spelers. Ze gaan niet voor shots die ze nog niet beheersen. Ze passen de slagen toe die ze beheersen, en doen dit in de juiste spelsituatie.

Zonder beheersing geen tactiek

Toen ik met het Sloveense talentje ging praten, kwamen we snel tot conclusie dat ze in simpele zwart-wit termen nadacht over tactiek. We spraken ook over haar angst om niet op haar top te spelen en wat dit betekende voor haar. Zoals je je kan voorstellen, was ze trots op hoe goed ze eigenlijk in staat was te spelen wanneer ze voor elke shot voluit ging. Ze genoot ook van het lof dat ze van andere mensen kreeg over haar agressieve spel. Om dit allemaal op te geven was natuurlijk niet een aantrekkelijk gedachte voor haar.

Samen bedachten we een simpel plan om aan haar backhand arsenaal nog 2 variërende shots toe te voegen. Een hoge verdedigende spin cross backhand en een verrassende backhand drop shot. De opdracht was dat ze voor elke shot een specifieke spelsituatie zoekt wanneer ze deze kan toepassen.

Maanden later hoorde ik van haar trainer dat het met wat doorzetten in de training wel degelijk gelukt is om het spel van dit meisje te verrijken. Sterker nog, hij gaf aan dat ze ook aan de forehand kant meer varieert. Hij was tevreden en vertelde dat ze steeds beter in staat was om haar tactiek aan te passen wanneer nodig.

Belang van intensiteitscontrole

Het is belangrijk om de voordelen in te zien van het reguleren van je intensiteit. Intensiteitscontrole stelt je in staat om je tactiek aan te passen en een oplossing te vinden in wedstrijden die moeilijk gaan. Lees nogmaals na hoe makkelijk het kan zijn om je intensiteit te controleren in de Slim Tennistip nr. 17 – Manage je intensiteit.

Tennisplayer, ontdek jezelf!

ontdek jezelf

Hey Tennisplayer! Wat weet jij eigenlijk van jezelf als tennisspeler? Hoe goed ken jij jezelf? Dit is geen makkelijke vraag hoor, want je bent nog jong en dan moet je nog veel over jezelf ontdekken. Bovendien ontwikkel jij je op jouw leeftijd nog voortdurend, dus verander je óók steeds. Maar dat wil niet zeggen dat het niet leuk is om er eens over na te denken èn dat het slim is om te doen. Ontdek jezelf, en je wordt beter in het spelen van wedstrijden.

Het zit namelijk zo: als jij je er bewust van wordt hoe jij je voelt en gedraagt op de baan, dan kun je wat veranderen als dat nodig is. Óf het geeft je bijvoorbeeld zelfvertrouwen als je ontdekt dat je bepaalde eigenschappen hebt die juist heel gunstig zijn voor een wedstrijdtennisser.

Ik kan me voorstellen dat je het voorgaande nog wat onduidelijk vindt. Daarom zal ik je een verhaaltje vertellen. Dan valt het kwartje waarschijnlijk zo.

Slow Starter

Toen ik zo oud was als jij, trainde ik heel veel en speelde ik veel wedstrijden. Liever stond ik op de tennisbaan dan dat ik op school zat. Ik wist dat ik nooit proftennisser zou worden, maar wel wilde ik zo ver komen als ik kon. Dat vond ik leuk. En daar deed ik hard mijn best voor.

Zo speelde ik bijvoorbeeld iedere zomer en winter veel toernooien. Vooral in de zomervakantie elke week wel één. En doordat ik zoveel wedstrijden speelde, kreeg ik steeds meer ervaring. En ook gingen mij dingen van mezelf opvallen. Dat was iets wat bijna vanzelf gebeurde.

Bijvoorbeeld dit. Op een goeie dag ontdekte ik dat ik een slow starter ben. Dat is iemand die in de wedstrijd langzaam – slow – op gang komt omdat ie nog moet wennen en pas na een paar games de ballen pas ècht lekker gaat raken. Hoe ik me daarvan bewust werd?

Misschien kwam het wel doordat ik een keer tegenover een meisje stond dat heel nonchalant inspeelde. Ze sloeg geen bal goed over het net. We liepen alleen maar ballen te rapen. Ik ergerde me enorm, maar zei er niks van. In plaats daarvan stelde ik voor om te gaan tossen en met de wedstrijd te beginnen omdat ik vond dat verder inspelen toch geen zin had.

Ondertussen begon ik met een héél geïrriteerd gevoel aan de wedstrijd en bovendien was ik totaal niet opgewarmd. Een goeie start hè? Nou, niet echt! Ik weet niet meer hoe de wedstrijd is afgelopen maar ik had zeker niet lekker gespeeld. ‘Zoiets moet me niet nog een keer gebeuren!’ dacht ik op de fiets terug naar huis. Maar wat te doen?

Blik terug op Jezelf

De oplossing had ik vrij snel gevonden. Het was ook niet heel moeilijk. Voortaan moest ik me beter voorbereiden zodat het niet meer uitmaakte als ik tegenover iemand stond die niet serieus wilde inspelen. Ik moest dus vóór de wedstrijd altijd en niet af en toe, een goeie warming-up doen en het liefst eerder op de dag inslaan.

Zo was ik dus iets te weten gekomen over mezelf als tennisser. En doordat ik dit wist, kon ik mijn gedrag aanpassen: altijd een warming-up doen. En zo had ik bijna nooit meer een slechte start. Dit kun jij ook.

Maar, ik zei het al aan het begin, op jouw leeftijd is het niet makkelijk om jezelf al zo goed te kennen. Daarom heb ik hieronder als hulpje een checklist gemaakt die het eenvoudiger maakt om jezelf te ontdekken.

Ga eens na wat op jou van toepassing is, zet daar een kruisje achter en ontdek jezelf. Vraag je dan vervolgens af: heb ik wat aan dit gedrag of gevoel? Zou ik het willen veranderen? Zo ja, hoe dan? Als je dit moeilijk vindt, schakel dan de hulp van je trainer in.

Ontdek jezelf

Zet een kruisje achter wat op jou van toepassing is…

Deel 1

  • Ik wil per sé winnen.
  • Ik heb een hekel aan verliezen.
  • Ik ben vóór de wedstrijd altijd zó zenuwachtig dat ik de eerste paar games sta te trillen op mijn benen.
  • Ik ben eigenlijk nooit zenuwachtig.
  • Ik word op spannende momenten altijd zenuwachtig en daardoor verlies ik vaak het punt.
  • Als ik in de wedstrijd vóór sta dan heb ik moeite om mijn voorsprong te behouden en de wedstrijd af te maken.
  • Als ik in de wedstrijd vóór sta dan voel ik me zelfverzekerd en dan win ik meestal de partij.
  • Als ik achter sta ga ik pas goed mijn best doen.
  • Als ik achter sta raak ik ontmoedigd en geef ik op.
  • Ik geef nooit op en ben een echte vechter.

Deel 2

  • Ik word niet snel boos.
  • Ik word wel eens boos maar dat helpt me juist om weer beter te gaan spelen.
  • Als ik boos word dan kan ik mezelf niet meer kalmeren en verlies ik vaak mijn partij omdat ik mijn boosheid niet van me kan afzetten.
  • Als ik heb verloren blijf ik na de wedstrijd lang mokken.
  • Als ik heb verloren zit ik niet bij de pakken neer maar heb ik vrij snel zin in een volgende partij.
  • Ik heb een goede warming- up nodig anders kom ik niet lekker in de wedstrijd.
  • Ik doe nooit een warming-up voordat ik aan mijn wedstrijd begin.
  • Ik kijk tegen mijn tegenstander op als hij of zij een hogere ranking of plaatsing heeft, en word dan onzeker.
  • Het maakt me niet uit of mijn tegenstander een hogere ranking of plaatsing heeft.
  • Ik vind het fijn als er veel mensen kijken.
  • Ik wil het liefst op een baan spelen waar niemand me kan zien.
  • Ik wil dat altijd mijn ouders of één van mijn ouders kijken.
  • Mijn ouders mogen niet komen kijken naar mijn wedstrijd.

Deel 3

  • Ik ben snel afgeleid door wat er om me heen gebeurt.
  • Ik kan me meestal goed concentreren.
  • Ik houd meer van vrij spelen en trainen dan van wedstrijden spelen.
  • Ik heb bijna altijd lol in het spelen van een wedstrijd.
  • Ik heb eigenlijk altijd wel veel zelfvertrouwen als ik een wedstrijd speel.
  • Ik voel me best wel snel onzeker over mijn spel en de wedstrijd.
  • Als ik de baan opga, dan zie ik wel hoe ik ga spelen.
  • Als ik de baan opga, dan heb ik meestal wel een spelplan.
  • Ik let op mijn tegenstander en ik zie wanneer hij boos wordt of zenuwachtig is.
  • Ik let totaal niet op mijn tegenstander en ik heb geen idee hoe hij of zij zich voelt.
  • Als het kan, dan pik ik wel eens een punt.
  • Ik ben altijd heel eerlijk op de baan.

Deel 4

Maak tot slot een compleet en overzichtelijk plaatje van jezelf, door hier op te schrijven wat je hebt ontdekt en wat je gaat doen om jezelf te veranderen als je dat nodig vindt. Waaraan ge je werken?

Ik heb ontdekt over mezelf dat: …

Ik zou willen veranderen: …

De bovenstaande lijst is trouwens niet compleet hoor, dus vul hem maar aan als je nog iets bedenkt. Of laat ons weten wat je vindt van dit slim tennis kids artikel. Laat hieronder een reactie achter!

Laatste kans, tennisouders!

tennisouders

Hé Tennisplayer. Dit verhaal gaat over zenuwachtige ouders. Sommige van jullie hebben zulke tennisouders. Ik weet dat dat lastig kan zijn. Die van mij waren namelijk óók wel eens zenuwachtig. Maar waarom zijn ze het dan? En wat doe jij eraan? Je leest het hieronder. – Sophie

Komen jouw ‘tennisouders’ wel eens kijken naar jouw wedstrijd? Ja? Nou, dat is tof. Tenminste, als ze er relaxed onder blijven. Want als ze zich te veel met je wedstrijden bemoeien of boos worden om hoe jij speelt, is het niet leuk als ze langs de kant staan. Ik kan me voorstellen dat jij dan het plezier in het spelen verliest. En dat is jammer.

Laatste kans, druiloor!

Stel je het volgende eens voor. Je speelt op de District Jeugd Kampioenschappen de halve finale tegen iemand van wie jij op papier hoort te winnen. Want jij hebt bijvoorbeeld een hogere plaatsing. De wedstrijd verloopt helemaal niet makkelijk. Je maakt meer foutjes dan anders en je laat veel kansen onbenut. Voor ieder punt moet je knokken. Je tegenstander is juist wel goed in vorm. Alles lukt!

Uiteindelijk komt jouw tegenstander zelfs op een 6-5 voorsprong in de tie-break van de derde set. Een spannende stand dus, en je voelt behóórlijk wat druk… Toch probeer je je goed te concentreren op het volgende punt. Jij bent aan service. Maar op het moment dat je wil gaan serveren hoor je vanuit het muisstille publiek je moeder tegen je zeggen: Dit is je láááátste kans, druiloor!

Wat zou je daarvan vinden? Het zal je maar gebeuren op zo’n spannend moment! Niet bepaald een oppepper, toch? Maar weet je, het is echt gebeurd! Je kunt wel raden hoe het potje afliep…

En, wat vind je van vaders of moeders die tijdens de wedstrijd kwaad weglopen omdat ze vinden dat hun zoon of dochter niet goed speelt? Oók niet erg sympathiek, denk ik!

Tennisouders moeten ook iets leren

Maar wat is nu eigenlijk mijn punt? Ik wil zeker niet negatief schrijven over zenuwachtige tennisouders. Want zij willen alleen maar heel graag voor jou dat je goed speelt en wint. Bovendien zijn ze zich vaak van hun eigen gedrag niet 100% bewust en beseffen zij zich onvoldoende dat zij invloed hebben op jouw plezier en prestatie.

Wat belangrijk is dat áls jij last hebt van ‘gezenuwpeesde’ ouders, jij ze iets moet leren. Want zij doen iets verkeerd. Vertel ze bijvoorbeeld dat jij door hen wordt afgeleid en geef aan waar jij behoefte aan hebt. Dat is in je eigen belang. Wil je dat ze niet meer kijken? Spreek dat dan af. Of sluit de deal dat áls ze kijken, zij jou alleen positief aanmoedigen. Dus géén chagrijnige koppen a.u.b.! Als je het lastig vindt om met je ouders hierover te praten, overleg dan eerst eens met je trainer. Die kan je zeker helpen.

Heb je nog een vraag over tennis ouders? Stel die dan gewoon! Dat kan hieronder.

Referentie

Kosmos uitgevers 2013, Utrecht. Auteur: Sophie Asberg
Dit verhaal is een bewerking van ‘Laatste kans druiloor!’ uit het boek Zeker een Beker, de enige coach die in je tennistas past.